Eerst maar eens een kop koffie met warm appelgebak bij Café Adler, zittend bij het raam met uitzicht op de grensovergang aan de Friedrichstrasse, beter bekend als Checkpoint Charlie. Het is ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw en de Berlijnse Muur staat nog fier overeind. Eenmaal buiten het café sta ik op het kruispunt Friedrichstrasse-Zimmerstrasse en kijk ik naar links. In de verte staan twee autowrakken, een oranje VW Passat en een oude bruine Alfa. Die twee wrakken hebben daar echt járenlang gestaan. Telkens dacht ik, ze zullen inmiddels wel weg zijn, maar bij een volgend bezoek stonden ze er dan gewoon nog. Als ik naar rechts kijk zie ik het spuuglelijke gebouw van Axel Springer, die z’n hoofdkwartier van Bild Zeitung pal aan de Muur heeft neergezet, puur om de oostduitsers te zieken…

Friedrichstrasse

Maar vandaag ga ik niet naar links of rechts maar rechtdoor, over de dikke witte streep op het wegdek, over de grens, Oost-Berlijn in. Voor het eerst. Ik zwaai m’n rugzak over m’n schouder en zie dat ik vanuit een wachttoren in de gaten gehouden en gefotografeerd word. Mijn tronie zal dus ook wel ergens in de archieven van de stasi te vinden zijn :-) Ik loop het korte stukje van de grenslijn naar het huisje naast de wachttoren, waarvan ik vermoed dat ik daar naar binnen moet. Niemand komt me tegemoet en niemand wijst me de weg. Bordjes met uitleg over de grensprocedure ontbreken. Eenmaal binnen had ik een paspoortcontrole verwacht maar ik blijk me in een soort wachtkamertje te bevinden. Ook hier ben ik alleen en heb ik geen idee hoe ik verder moet. Na een poosje hoor ik gezoem en een harde klik, waarna er in de hoek van de wachtkamer een deur openspringt. Ik neem aan dat ik word geacht door die deur te stappen en dat doe ik dan maar. Klik; de deur valt achter me dicht en daar sta ik dan, in een smal gangetje met tegenover mij wederom zo’n deur. Ook dicht. Alles om me heen is van dat typische bruine oostduitse nephout. Een stem vraagt me om m’n paspoort. Ik kijk verbaasd omhoog en inderdaad, daar blijkt een grensbeambte te zitten. Ik had ‘m vanwege de hoogte van de balie niet opgemerkt. Langzaam dringt het tot me door dat hier een stukje doordachte psychologische indoctrinatie aan de gang is. Een bezoeker uit het vijandige Westen moet letterlijk en figuurlijk opkijken tegen een beambte uit het vredelievende Oosten en vice versa. De balie begint bij mij op ooghoogte en ik ben 1,89… De beambte zit traag in een enorm dik boek te bladeren terwijl hij zo nu en dan streng op me neerkijkt. Hij zegt niets, legt na verloop van tijd het boek terzijde en mept een stempel in m’n paspoort, wat ik zwijgend van hem terugkrijg. Dan klinkt er weer gezoem en geklik en springt de tegenoverliggene deur open. Ik loop verder en beland bij een loket waar ik westduitse marken tegen een 1:1 koers voor oostduitse exemplaren moet wisselen. In West-Berlijn, bij Bahnhof Zoo, is de koers 1:10, maar het leek me niet verstandig om bij m’n eerste bezoek aan Oost-Berlijn meteen aan valutasmokkel te doen. Na de verplichte geldwissel en het uiterst precies opschrijven van de inhoud van m’n portemonnaie, kom ik bij een volgende balie alwaar een jonge grenswacht wil weten wat er in m’n rugzak zit terwijl hij ondertussen m’n Nikon aandachtig bekijkt. In m’n rugzak zit een regenjas. De weersvoorspelling was die ochtend niet heel gunstig dus zo’n jas kon wel eens van pas komen, dacht ik. De grenswacht dacht er anders over en zei letterlijk: “het regent niet in onze mooie DDR…” Met tegenzin gaf hij me m’n regenjas en rugzak terug en met een korte hoofdknik gaf hij aan dat ik verder mocht. Wéér een gang met aan het einde een deur. Wéér gezoem en geklik. Nu stond ik opeens buiten. In een kooi. De kooi liet zich nog het beste vergelijken met zo’n kooi in een circus waardoor leeuwen naar de piste geleidt worden. Zo’n kooi dus. Aan het eind van de kooi zat een hek. Maar dat was op slot. Ik bleef geduldig wachten op gezoem en geklik maar dat bleef uit. Even verderop stond een grenswacht die niet van plan leek in actie te komen, tót ik hem vroeg of ik de stad in mocht. Pas toen kwam hij in beweging, opende het hek en na nog een paar meter stond ik in Oost-Berlijn. Maar ik moest het éérst vragen! Aan de Oost Berlijnse kant van de grens zag ik een man wezenloos door de grens heen naar het westen staren. Een Trabant kwam reutelt de hoek om en verdween in een vrijwel lege Friedrichstrasse. Ergens bij een overheidsgebouw zag ik een portret van Egon Krenz, dus blijkbaar hing er al verandering in de oostduitse lucht…

Na meer dan 20 jaar diep ik dit uit m’n geheugen op en denk, was het wel zo? Overdrijf ik niet? Tot ik het boek Berlijn 1989-2009 van Cees Nooteboom las. In dat boek beschrijft Nooteboom ongeveer dezelfde procedure. M’n geheugen nept me dus niet. Dat boek is trouwens een aanrader. Een tijdreis…

Pin It on Pinterest

Share This
Nieuwsbrief

Nieuwsbrief

Meld je aan voor mijn maandelijkse nieuwsbrief en onvang de laatste updates en exclusieve Berlijntips gratis in je inbox.

Je hebt je nu aangemeld voor de BerlijnBlog nieuwsbrief. Dank je wel!